Colportagetochten

Rond 1930 organiseren zowel communisten als socialisten voortdurend propagandaoptochten door de Dapperbuurt, waarbij allerlei promotiemateriaal aan de man wordt gebracht. Het lukt echter niet om de buurt sterk politiek geïnteresseerd te maken. Dit leidt tot de verzuchting in communistisch partijblad de Tribune van 4 september 1930, waarin tot actie in de buurten wordt opgeroepen: ‘Straatcel Dapperbuurt, zorgt nu ook eens dat er geschilderd wordt.” Ook de socialistische krant het Volk klaagt over de houding van de Dapperbuurters in de verkiezingsstrijd, onder andere in de luimige column ‘Opmerkingen van Hendrik Werker’ zoals die in de krant van 9 april 1931 voorkomt:

‘k Heb den secretaris van zeven gesproken. De smoor in, man! Nou is het natuurlijk geen manier om hem zoo in de steek te laten. O, niet de menschen van de Indische buurt! Die doen hun best. Maar de lui uit de Dapperbuurt laten niks van zich hooren. Dat is een soort “dappere ongehoorzaamheid”, waar Gerhard niks voor koopt. De Indischmensen moeten al het werk opknappen en de Dapperlingen loopen pijpjes te rooken of zitten kippenhokkies te knutselen. ’n Eervergeten schandaal! […] ’t Zal me benieuwen, hoe de fietstocht Zondag wordt. En hoe het Zaterdagavond met het vijf-minuten-speechen gaat. Als ik an de Dapperbuurt denk, hou ‘k m’n hart vast….

De socialisten die in de buurt komen propaganderen hebben over het algemeen als uitvalsbasis gebouw De Schakel in de Indische Buurt. Soms komt het tot botsingen tussen socialisten en communisten, zoals blijkt uit een artikeltje in Het Volk van 6 juni 1931:

Afdeeling 7. Bij den gisteravond gehouden tocht met 5-minuten-speeches in de Dapperbuurt hadden wij veel last van de communisten. Deze lieden meenen het in hun macht te hebben om te verhinderen in deze buurt te spreken. Dat kunnen wij niet op ons laten zitten. Wij gaan er vanavond weer naar toe. Wij zullen in deze arbeidersbuurt onze propaganda voeren zooals wij meenen dat dit noodig is. Doch daarvoor roepen wij al onze partijgenooten op om met ons mee te gaan.

Makkers, bij honderden om 8 uur aan “De Schakel”.

Het is jammer genoeg niet bekend hoe deze confrontatie is afgelopen, maar een kleine maand later is het weer raak en worden de katholieke protestacties in de Dapperbuurt vanwege de verspreiding van de brochure “Misdadig Roomsch Nederland” zelfs landelijk nieuws. De Nieuwe Apeldoornsche Courant bericht er over in haar uitgave van 7 juli 1931.

Relletje te Amsterdam

In de Dapperbuurt is het iederen Zaterdagacond tamelijk rumoerig, door een groot aantal colporteurs van verschillende politieke richting, die met hun gescchriften venten en elkaar de loef pogen af te steken. Hierdoor ontstaan dikwijls volksoploopen,  die de politie dan aanvankelijk met woorden uiteen poogt te doen gaan. Zaterdag j.l. was er een oploop ontstaan van naar schatting ongeveer 900 personen. Tenslotte zag de politie zich genoodzaakt sabel en gummistok te trekken tot handhaving der orde.

Een week later is het weer mis, aldus Het Volk van 13 juli 1931.

Ook in de omgeving van de Zaterdagavondmarkt in de Dapperbuurt is het rumoerig geweest. De colporteurs met de anti-roomsche brochures waren hier op het pad en van katholieke zijde werd deze colportage beantwoord met het venten van katholieke brochures, waarbij de twee groepen van colporteurs zoodanig tegen elkaar in schreeuwden, dat zij voor het publiek onverstaanbaar waren. Dit was trouwens de opzettelijke bedoeling van de katholieke colporteurs, die daarmede bedoelden de colportage met de anti-roomsche brochure te verhinderen. Van schreeuwen werd het al spoedig schelden, razen en tieren, zoodat na korten tijd de politie met een sterk detachement agenten onder leiding van een inspecteur naar de Dappermarkt uitrukte, om aan het tumult een einde te maken. De agenten probeerden aanvankelijk de twee groepen door overreding te scheiden, maar op relletje beluste elementen, die op den volksloop waren afgekomen, maakten dit onmogelijk. De politie maakte ten slotte van den wapenstok gebruik en verspreidde de menigte door het uitvoeren van eenige charges.

misdadig rooms nederlandNadere informatie over deze botsing rond de brochure ‘Misdadig Roomsch Nederland in Woord en Beeld en Sijfer’ van D.J. Broekhuizen wordt nog gegeven in Het Volk van 14 juli 1931. Er blijkt bepaaldelijk sprake te zijn van Roomse terreur.

De katholieken blijven hinderen

Wij maakten in ons ochtendblad van j.l. Maandag melding van de ongeregeldheden, die Zaterdagavond in de Dapperbuurt plaatsvinden, waar de colporteurs met de anti-Roomsche brochures, door een groep katholieken, die eveneens met brochures aan het colporteeren gingen, zoodanig werden lastig gevallen, dat de politie ingreep en alle colportage verbood, maar bovendien de daar ontstane volksverzameling met gebruikmaking van de wapens uiteen joeg.

Mej. B. Bon, colportice met de anti-roomsche brochure stuurt ons nu een uitvoerig stuk, waarin zij betoogt, dat het de groep van ongeveer 30 katholieken is geweest, die opzettelijk de orde heeft verstoord door te schreeuwen en te schelden en de verdere colportage onmogelijk te maken.

De houding daarbij door de politie aangenomen, acht mej. Bon hoogst partijdig tegen haar en de beide mannelijke colporteurs. Dienaangaande geeft zij van hetgeen daar is gebeurd de volgende lezing, die wij uiteraard geheel voor haar rekening laten.

“Wij hebben niet geroepen; totaal niets gezegd.Ik geef het iemand te doen, om tusschen een menigte tot vijftig man aangegroeide roomschen, met twee menschen, waarvan eene een vrouw is, je nog verstaanbaar te maken. De inmiddels aangekomen inspecteur gaf het bevel “van den wandelweg af en op den rijweg”. Wij gehoorzaamden, zoaals altijd, direct en hebben toen geprobeerd of we ontslagen konden worden van den roomschen troep. Maar dat lukte niet. Toen beval de inspecteur: “Ophouden met colporteeren en doorloopen.” Wij liepen door; van colporteeren was allang geen sprake meer. Toen klonk het bevel “Loopen”. Waarom weet ik nog niet, want wij liepen, stonden niet stil en hadden ook niet stil gestaan. Het moest harder en harder, of de lat er op. Als woestelingen vielen de agenten op ons beiden aan. Wij konden door onze zware tasschen niet zoo hard voortkomen als een ander. Mijn man werd met den gummistok afgeranseld. Waarvoor? Geen enkele overtreding is door ons gepleegd. Onze brochures lagen over den grond te rollen, de hoed van mijn echtgenoot lag op straat en toen mijn man hem grijpen wilde kreeg hij weer een harden klap met den gummistok. Daarna kreeg ik een beurt. Mijn rug is bont en blauw van het slaan.

“Als jullie hier weer komen, slaan wij je rot”, riep een agent achter mij. Toen we in de Indische buurt kwamen en de roomsche troep ons nog steeds achtervolgde, ging ik naar een brigadier van politie toe en vroeg hem om bescherming. Zijn antwoord was: “Ik heb niets met je praatjes te maken, als je niet ops… leg ik de lat over je.” Moet dat nu zoo blijven doorgaan?

De commissaris van het bureau-Linnaeusstraat beweert, dat wat de roomsche troep tegenover ons doet geen hinderlijk volgen is, maar dat het hun recht is op die manier te colporteeren, De inspecteur, niet minder partijdig tegenover ons beweerde: “Jullie zijn het die herrie maken”.

Limburg, waar de roomsche  terreur tegen andersdenkenden hoogtij viert is er niets bij.”

Uiteindelijk zullen door de S.D.A.P. vragen in de gemeenteraad gesteld worden, waaruit nog blijkt dat ook op 18 juli 1931 colporteurs met de anti-roomse brochure ernstig in de problemen werden gebracht door samengeschoolde katholieken en dat dezen zelfs genoodzaakt waren, na op het politiebureau beschutting gezocht te hebben, dit door een raam aan de achterzijde te verlaten.

Een paar dagen later is het alweer mis; ditmaal bij de communisten. De Tribune van 21 juli 1931 meldt:

Mishandeling van arrestant in het buro Dapperplein

Zaterdagavond maakte de politie in de Dapperbuurt te Amsterdam weer jacht op “Tribune”-colporteurs – “om de orde te handhaven”. Toen hierbij blijkbaar niets te arresteren viel, koelde men zijn woede op de venters. Een bloemenventer werd gearresteerd, hoewel hem niet de geringste overtreding ten laste kon worden gelegd. Hij bood geen tegenstand, toch werd hij met omgedraaide handen opgebracht.

In buro Dapperplein deed zich weer een verschijnsel voor, dat meer en meer in politieburo’s in Amsterdam gewoonte wordt. Hoewel de venter geen tegenstand bood, werd hij door een agent tegen den muur geslingerd, terwijl een ander hem begon af te rossen, blijkbaar om hem zoodoende tot verzet te prikkelen en een overtreding te kunnen vaststellen. Toen de venter tegen deze mishandeling protesteerde, klonk het: “Hou je kop, anders krijg je nog meer” en zelfbewust, toen de venter opmerkte, dat hij recht zou zoeken: “We zullen kijken, wie het wint.” De directe mishandeling van arrestanten schijnt meer en meer gebruikelijk te worden bij de Amsterdamsche politie.

Intussen wordt de brochure Misdadig Roomsch Nederland nog steeds verspreid in de buurt en wordt het S.D.A.P.-echtpaar dat er mee colporteert inmiddels bijgestaan door wat protestanten. Een en ander noopt de hoofdcommissaris van Amsterdam er toe, definitief te beslissen dat de brochure wettelijk verspreid mag worden en dat maatregelen genomen zullen worden tegen de katholieke propagandisten die de verspreiding van de brochure willen tegengaan door hinderlijk volgen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s