De 238e Van Swindenstraat

Dat de straatnamen in wat tegenwoordige tijd de Dapperbuurt vrij onwillekeurig gekozen zijn, blijkt wel uit onderstaande discussie in de Amsterdamse Gemeenteraad uit november 1882 (verslag Algemeen Handelsblad 15 november 1882):

De heer Pels wenscht niets af te dingen op den roem van Cras, maar in Amsterdam is deze naam, afgescheiden van den beroemden hoogleeraar, zeer populair, en men zal veeleer gaan denken aan den beminnelijken burger [Krasnapolsky, red., in de volksmond Kras genaamd] , die ons in de Warmoesstraat voedt, laaft en genoegen verschaft. De Crasstraat zal allen schijn dragen van een monument aan dezen burger bij zijn leven opgericht. Men noeme de straat dus Derde van Swindenstraat. In het algemeen gesproken vindt spr. de namen zeer gezocht. Waarom noemt men niet in een der nieuwe wijken een serie straten naar onze Indische bezittingen.

De Voorzitter meent, dat de opmerkingen van den heer Pels betreffende Cras-straat B. en W. niet van hun voodracht doen terugkomen. Er bestaat geen naam Cras onder de levenden. B. en W. wenschen de namen van groote mannen levendig te houden; de Raad heeft daarmede herhaaldelijk ingestemd.

De heer Pels stelt voor de straat te noemen: Derde van Swindenstraat, waarna de heer W.W. van Lennep zegt, dat Van Swinden nu niet drie malen behoeft te worden genoemd, als men Cras eenmaal niet wil. Wil men Cras niet, men noeme de straat dan naar d’Orville, die het Athenaeum deed herboren worden. Spr. heeft er ook niet tegen, Cras niet te benoemen, omdat Crasstraat nog al onwelluidend is, en hij stelt dus voor: d’Orvillestraat.

De heer Tromp zegt, dat de Raad volgens een aangenomen beginsel (om parallel-loopende straten denzelfden naam met nummers te geven) handelt als hij de straat noemt, zooals door den heer Pels is voorgesteld.

De heer Driesen ondervindt dagelijks aan het bevolkingsbureel de groote moeielijkheden van deze genummerde parallelstraten met gelijken naam en heeft reeds vroeger tegen dit stelsel gewaarschuwd, dat hij ook nu bestrijdt.

Het amendement Pels wordt aangenomen met 18 tegen 12 stemmen, zoodat het amendement W.W. van Lennep vervalt en de straat niet Crasstraat maar Derde van Swindenstraat is genoemd.

De heer Koning zou nu de Wijttenbachstraat, Vierde van Swindenstraat genoemd willen zien, maar de heer Bergsma, die voor het amendement-Pels stemde, vindt dat wel wat kras. De heer Tromp echter meent dat men niet moet afwijken van het nu weder gevolgde stelsel: in New-York telt men wel tot 238ste straat. De Voorzitter doet dienaangaande opmerken dat men toch tot een maximum moet komen, 238ste Van Swindenstraat zou wel wat al te erg zijn. Drie straten van één naam met een nummer ter onderscheiding is waarlijk genoeg.

De heer Van Nierop voelt even weinig voor Vierde van Swindenstraat als Wyttenbachstraat, die zeker een groot man maar een weinig beminnelijk man was, hetgeen een herinnering niet aangenaam maakt.

Het amendement-De Koning, om Wyttenbachstraat te veranderen in Vierde van Swindenstraat wordt, nadaat de Voorzitter daarvan de moeielijkheden die, in de praktijk zich zullen voordoen, heeft geschetst en de heer Bernz zijn meening heeft uiteengezet, dat van het reeds in de oude stad zoo herhaaldelijk toegepaste stelsel niet moet worden afgeweken en in zijne consequentiëm moet worden volgehouden, door den heer Hovy bestreden, voornamelijk op grond, dat ’t bestreden wordt door een man van de practijk, de heer Driessen, die er al de nadeelen van weet, terwijl de Raad de questie alleen in theorie kent. Daartegenover stelt de heer Tromp, dat er veel grooter bezwaar is in het vermeerderen van namen dan in het nummeren van straten, die denzelfden naam dragen. De heer De Koning heeft met genoegen gehoord, dat de heer Hovy zoo veel vertrouwen stelt in de meeningen van den wethouder Driessen, hij hoopt, dat ook de wethouder van het onderwijs dit vertrouwen van de heer Hovy zal kunnen deelachtig worden.

Het amendement-de Kooning wordt met 16 tegen 14 stemmen verworpen.

De heer Bergsma stelt voor de Domselaerstraat te noemen Tweede Wyttenbachstraat. De heer Bake acht de naam zoo ongeschikt voor een straat dat hij hem niet gaarne twee malen zou zien genoemd. Het amendement-Bergsma wordt verworpen met 15 tegen 14 stemmen.

Inmiddels is, zoals bekend, de Derde van Swindenstraat er nooit gekomen, alhoewel deze wel ingetekend op onderstaande plattegrond van 1883.

omgeving 1883

Discussies hierover in de Gemeenteraad zijn door ons helaas niet meer achterhaald, maar in februari 1891 besluit de raad de aan te leggen straat tussen de Van Swindendwarsstraat en de Pontanusstraat de Pieter Nieuwland te noemen, naar Pieter Nieuwland, dichter en wetenschapper, en in die laatste kwalificatie leerlingen van de grote Van Swinden, die het helaas niet tot 238ste straat wist te schoppen in wat tegenwoordig de Dapperbuurt heet, maar zeker de meest gewaardeerd man is te noemen.

Een een veel latere ingezonden brief in mei 1895 in het Algemeen Handelsblad wordt de relatieve willekeur van toewijzen van namen van straten in de Dapperbuurt nogmaals aan de orde gesteld.

De Jan-ter-Gouwstraat en de straatnamen in de nieuwere gedeelten van Amsterdam

Aan de Redactie

In Het Nieuws van den Dag van heden geeft een inzender, die zich “Amsterdammer” teekent, zijn wensch te kennen, dat een der nieuwe straten naar Amsterdams “beroemden geschiedschrijver” Jan ter Gouw worde genoemd. Dit feit geeft mij eene gereede aanleiding om mede te deelen, wat mij omtrent den genoemden naam en andere sinds lang op het hart ligt.

Zoover mij bekend is, heeft ons dagelijksch bestuur nooit uitgesproken, welken regel het volgde bij het voorstellen van nieuwe straatnamen. Toch was die regel m.i. gemakkelijk op te merken en zeer doelmatig. Menigmaal heeft het mij verwonderd, dat schier niemand, zelfs onder de meer ontwikkelden, dat scheen in te zien.

Wanneer wij met het oostelijk stadsgedeelte aanvangen, dan valt in het oog, dat de straten op het oude Funen alle naar ingenieurs zijn genoemd. Wordt daarbij aan Czaar Peter misschien te groote eer bewezen, iets dergelijks kunnen wij ook elders waarnemen, maar het breekt den regel niet.

Buiten de Muiderpoort, oostelijk van de Linnaeusstraat, komen de Stadsgeschiedschrijvers aan de beurt, Pieter Vlaming ingesloten, die bij verschillenden letterkundigen arbeid, van zijne voorgenomen zeer uitvoerige beschrijving en geschiedenis van Amsterdam slecht 6 bladen en eenige kaartplaten het licht deed zien.

[…] In de m.i. zeer gelukkige regeling zijn allengs enkele afwijkingen voorgekomen, die ik te betreuren vind. Allereerst kwam Van Swinden zich aansluiten bij de stadsgeschiedschrijvers. Nu, het kon geen kwaad. Volgens het plan werden drie evenwijzige straten naar hem genoemd. Was dat in een oogenblik van verlegenheid? Of wenschte men het mogelijk te maken, later de eerste dier straten naar den toen reeds zoo te recht genoemden Ter Gouw te heeten? ’t Heeft toch altijd voor een stadsbestuur iets bedenkelijks, een nog levende bijzonder te vieren. Ik voor mij hoopte reeds toen, dat de toekomst op de laatste vraag een bevestigend antwoord zou geven.

De derde Van Swindenstraat is nooit gekomen. De wiskundigen Pieter Nieuwland en Reinward sloten zich natuurlijkerwijze bij Van Swinden aan. 

De philoloog Wijttenbach is door de omstandigheden veroordeeld om alleen te blijven staan. De gemeente eindigt bij zijne straat, en aan de overzijde der Linnaeusstraat hebben deze en de nabijheid van het Oosterpark waarschijnlijk het denkbeeld gewekt. de straten naar boomen te noemen, waardoor de plantkund zich weder huwt aan de opvolgende geneeskunde.

[…]

Mag het nu wenschelijk geacht worden het nieuwere gedeelte der Huygensstraat naar een nieuweren letterkundige te noemen (zou het ook Witkamp kunnen zijn, al was hij geen dichter van beteekenis?), plicht acht ik het, Ter Gouw te herdenken ter plaatse, waar dat behoort. De 2e Van Swindenstraat wordt door de Van Swindenstraat met de Pieter Nieuwlandstraat en de Reinwardstraat verbonden en moet dus Van Swindenstraat blijven heeten. Werd nu de 1e van Swindenstraat, volgende op de Wagenaarstraat, Jan-ter-Gouwstraat genoemd, dan was alles in orde. Zouden de machthebbenden dat niet eens welwillend overwegen?

Amsterdam, 14 augustus 1895

Amsterdammer II

Zoals we vandaag de dag weten, is het zo ver niet gekomen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s